Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Zorgbalans

Het totaal aantal wachtenden op een donororgaan is sinds 2006 afgenomen

Sinds 2006 is het totaal aantal wachtenden op een donororgaan afgenomen. Op 31 december 2006 wachtten 1.440 mensen op een donororgaan, op 31 december 2010 waren dat er 1.300. Wanneer onderscheid wordt gemaakt naar orgaan, blijkt dat het aantal wachtenden op een nier het grootst is. In de periode 2006-2010 is het aantal wachtenden voor een hart of longen gestegen en voor een nier of lever gedaald (zie tabel 1).

Tabel 1: Aantal patiënten dat wacht op orgaandonatie, naar orgaan, per 31 december, 2006-2010 (Bron: NTS, 2011).

2006

2007

2008

2009

2010

2010 tov 2006d

Niera

1.084

937

952

926

892

-15,2%

Leverc

157

131

117

107

116

-28,9%

Hartb

46

47

54

60

67

50,2%

Pancreas

11

9

14

10

12

11,3%

Longen

141

158

177

183

212

47,4%

Dunne darm

1

2

2

2

1

-

a Inclusief nier met pancreas en nier met lever

b Inclusief hart met long

c Inclusief lever met long en lever met pancreas

d Berekend met behulp van regressie-analyse

De gemiddelde registratieduur (wachtduur op de wachtlijst voor patiënten die een orgaantransplantaat ontvingen) in dagen varieerde in 2010 net zoals voorgaande jaren sterk naar orgaan. Zo is de gemiddelde registratieduur voor een niertransplantatie het langst met 1.077 dagen (bijna 3 jaar). Voor levertransplantatie is de registratieduur het kortst met 199 dagen. Ten opzichte van 2006 is de duur voor mensen die wachten op een transplantatie van alleen nier en lever afgenomen. De registratieduur van de andere organen is ten opzichte van 2006 toegenomen (zie tabel 2).

Tabel 2: Registratieduur in dagen van patiënten die een orgaantransplantatie ondergingen, 2006-2010 (Bron: NTS, 2011).

2006

2007

2008

2009

2010

Alleen nier

1.235

1.166

1.150

1.140

1.077

Alleen hart

337

263

325

322

423

Alleen long

449

570

410

700

614

Alleen lever

329

308

266

252

199

In 2010 lag het aantal geëffectueerde postmortale orgaandonoren (één of meer organen getransplanteerd) met 216 nog 14% onder het streven van 250 in 2008 (Rijksbegroting, 2006). In 2008 was dit nog 20% (zie tabel 3). Over de periode 2006-2010 is het aantal geëffectueerde postmortale orgaandonoren per jaar vrij constant, alleen in 2007 was er met 257 donoren een piek. Dezelfde piek is te zien bij het totaal aantal aangemelde orgaandonoren. Over de periode 2006-2010 wordt jaarlijks gemiddeld 84,5% van de aangemelde orgaandonoren geëffectueerd.

Tabel 3: Geëffectueerde postmortale orgaandonoren, 2006-2010 (Bron: NTS, 2011).

2006

2007

2008

2009

2010

Totaal aantal gemelde orgaandonoren

227

305

240

255

259

Geëffectueerde orgaandonoren

200

257

201

215

216

In vergelijking met andere Europese landen (die participeren in Eurotransplant) ligt het aantal Nederlandse geëffectueerde postmortale donoren per miljoen inwoners in 2010 met 13,0 onder het gemiddelde van 16,9 (zie figuur 1). Oostenrijk en België hebben in de periode 2002-2010 het hoogste aantal geëffectueerde postmortale donoren per miljoen inwoners. Het lage aantal verkeersdoden in Nederland is één van de oorzaken (Westert & Verkleij, 2006a). Nederland behoort samen met Zweden en het Verenigd Koninkrijk tot de top van verkeersveilige landen in de EU-27 (Nationaal Kompas Volksgezondheid). Dit heeft tot gevolg dat het aantal beschikbare orgaandonoren lager is.

Postmortale donoren

Figuur 1: Geëffectueerde postmortale donoren, per miljoen inwoners, per land, 2002–2010 (Bron: Eurotransplant, 2002-2010).

.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

  • Eurotransplant, 2002-2010. Eurotransplant International Foundation

Literatuur

Zorgbalans, versie 3.2, 22 december 2011
© RIVM, Bilthoven.