Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Zorgbalans

De hoogste inkomensklasse geeft 1,5% van het inkomen uit aan eigen bijdrage voor de zorg; de laagste inkomensklasse 6,5%

In figuur 1 is het aandeel eigen bijdrage (exclusief de premie voor de zorgverzekering) voor zorgkosten in het besteedbaar inkomen uitgezet tegen tien inkomensklassen. Elke klasse bestaat uit 10% van de huishoudens. De eerste klasse bestaat uit de 10% van de huishoudens met het laagste besteedbare inkomen. De laatste klasse bestaat uit de 10% van de huishoudens met het hoogste besteedbare inkomen. Absoluut gezien besteedt deze laatste groep het meeste aan geneeskundige verzorging (gemiddeld bijna € 1.100,- per huishouden) en de eerste groep het minst (bijna € 500,-). Procentueel gezien ligt de situatie echter precies omgekeerd.

Figuur 1 geeft de situatie zowel in 2007 als in 2000 weer. Te zien is dat de verhoudingen tussen de inkomensklassen niet wezenlijk zijn veranderd. Het percentage eigen bijdrage is voor alle inkomensgroepen toegenomen. De toename varieert van een half procentpunt tot bijna 2 procentpunten. In beide jaren gaven de mensen in de laagste klasse procentueel het meest uit aan eigen bijdrage in de zorgkosten.

Eigen bijdrage geneeskundige verzorging

Figuur 1: Eigen bijdrage voor geneeskundige verzorging als percentage van het besteedbare inkomen, per huishouden, per inkomensdeciel, 2000 en 2007 (Bron: CBSb, databewerking RIVM).

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • CBS.Eigen bijdrage geneeskundige zorg. b.
Zorgbalans, versie 3.2, 22 december 2011
© RIVM, Bilthoven.