Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Zorgbalans

Keuzevrijheid consument

Iedereen kan jaarlijks kiezen uit een groot aantal polissen bij verschillende zorgverzekeraars. Zorgverzekeraars hebben onderling afspraken gemaakt voor mensen die overstappen. Mensen kunnen aan hun nieuwe zorgverzekeraar vragen om de oude zorgverzekering(en) op te zeggen.

Deze keuzevrijheid van consumenten voor een zorgverzekering kan echter worden belemmerd door aanvullende verzekeringen, collectiviteiten en polisgebonden subsidies van bijvoorbeeld werkgevers. Daarnaast kunnen er belemmeringen zijn die voortkomen uit percepties van verzekerden of door onjuiste, onvoldoende of onduidelijke informatie.

Begin 2006 wisselden veel mensen van zorgverzekering; 18% van de verzekerden stapte over naar een andere zorgverzekeraar. In veel gevallen ging het om mensen die zich verzekerden via collectiviteiten, bijvoorbeeld via de werkgever. Sinds 2007 is het percentage overstappers gedaald tot ongeveer 4 à 5%. Het percentage overstappers verschilt tussen leeftijdsgroepen; jongeren wisselen vaker van zorgverzekeraar dan ouderen.

In 2007, 2008 en 2009 is onderzoek gedaan naar overwegingen van mensen om te blijven bij de huidige verzekeraar (De Jong & Groenewegen, 2007; De Jong, 2008b; Vos & De Jong, 2009). De meest genoemde reden was dat mensen (45%) tevreden zijn met de huidige verzekeraar (Vos & De Jong, 2009). De dekking van de aanvullende verzekering wordt door de jaren heen steeds vaker genoemd als reden om bij een zorgverzekeraar te blijven (Vos & De Jong, 2009). Naast redenen die we vanuit de gedachte van gereguleerde concurrentie als legitiem kunnen bestempelen, zijn er ook redenen die wijzen op belemmeringen. Bijna een vijfde van de mensen (18%) geeft aan dat ze het te veel moeite vinden om over te stappen. Zeven procent wisselde niet van verzekeraar omdat zij dachten niet geaccepteerd te worden. Dit percentage neemt door de jaren heen geleidelijk toe (Vos & De Jong, 2009). Dergelijke percepties van mensen beperken de keuzevrijheid in de praktijk.

Collectieve verzekeringen spelen een belangrijke rol in het huidige zorgstelsel. Het is jaarlijks de belangrijkste reden om van zorgverzekeraar te wisselen. Sinds de invoering van de Zvw is het aantal mensen dat zich via een collectief contract tegen ziektekosten heeft verzekerd sterk gegroeid. In 2006 was 44% collectief verzekerd, in 2008 is dit percentage gestegen naar 65% (De Jong, 2008b). In 2006 zijn veel collectieve contracten afgesloten voor een periode van 3 jaar. Dat betekent dat er voor 2009 opnieuw onderhandeld kon worden over de collectieve contracten. In potentie zou een groot aantal verzekerden voor 1 januari 2009 van zorgverzekeraar kunnen wisselen, doordat de collectiviteiten bij een andere zorgverzekeraar een contract konden afsluiten. Veel collectieve contracten zijn echter weer bij de oude zorgverzekeraar afgesloten (Van der Maat & De Jong, 2009). De grote mobiliteit van verzekerden heeft daardoor ook niet plaatsgevonden.

Bij de introductie van de Zvw in 2006 ontstond een felle concurrentiestrijd tussen zorgverzekeraars om verzekerden aan zich te binden. In 2007 was deze concurrentie nog steeds gaande. Dit is onder meer af te leiden uit de afname van de variatie in premies tussen verzekeraars in combinatie met premies die gemiddeld niet kostendekkend zijn.

Ten opzichte van 2008 zijn de jaarpremies in 2009 nauwelijks gestegen. In 2008 varieerden premies voor het basispakket (exclusief mogelijke collectiviteitskorting) van € 933 per jaar tot € 1.198 (Vektis, 2008). Gemiddeld bedroeg de jaarpremie in 2009 € 1.110 (Vektis, 2009). De spreiding in de premies is kleiner geworden. De premie voor 2010 ligt ongeveer tussen de € 960 en € 1176 per jaar. In 2006 lag de premie voor de basisverzekering onder de door VWS vastgestelde rekenpremie. We kunnen nu constateren dat de premie steeds dichter bij de rekenpremie van VWS ligt (BS Health Consultancy, 2009).

Behalve feitelijke verschillen in de premie is de perceptie van verzekerden van belang. Als verzekerden de verschillen tussen zorgverzekeraars te klein vinden zullen ze niet wisselen van zorgverzekeraar. Uit onderzoek van het NIVEL in 2006, 2007 en 2008 blijkt dat in deze jaren respectievelijk 68%, 70% en 74% van de bevolking van mening is dat het wisselen van zorgverzekeraar niet veel oplevert.

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • BS Health Consultancy, BS Health Consultancy.Volop concurrentie weinig mobiliteit. Onderzoek naar de dynamiek in de zorgverzekeringsmarkt 2009. Haarlem: BS Health Consultancy, 2009.
  • De Jong J, Groenewegen P.Percentage overstappers valt terug. Collectivisering zet door. Utrecht: NIVEL, 2007.
  • De Jong J.Wisselen van zorgverzekeraar. Utrecht: NIVEL, 2008b.
  • Van der Maat M, De Jong JD.De rol van collectiviteiten in het zorgstelsel. Utrecht: NIVEL, 2009.
  • Vektis.Verzekerdenmobiliteit en keuzegedrag. Begin of einde van de rust? Utrecht: Vektis, 2008.
  • Vos L, De Jong JD.Percentage overstappers van zorgverzekeraar 3%. Ouderen wisselen nauwelijks van zorgverzekeraar. Utrecht: NIVEL, 2009.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

NIVEL
Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg
URL: http://www.nivel.nl
Zvw
Zorgverzekeringswet
Zorgbalans, versie 3.2, 22 december 2011
© RIVM, Bilthoven.