Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Zorgbalans
Op hoofdlijnen

Balans tussen kosten en kwaliteit niet overtuigend gunstig

De opbrengsten van de gezondheidszorg, voor zover we die hebben kunnen meten en vergelijken met andere landen, tonen over het geheel genomen een gemiddeld beeld voor Nederland. Dit hebben we ook geconstateerd in de vorige twee uitgaven van de Zorgbalans. Op een aantal gebieden zien we duidelijk vooruitgang. De kwaliteit neemt op onderdelen toe, maar sinds 2006 is er tevens een duidelijke toename van de stijging in zorguitgaven; een gemiddelde groei van 6% à 7% tussen 2007 en 2009 (zie figuur 1).

Kijken we ter illustratie naar een directe vergelijking van kosten en baten - bijvoorbeeld tussen de zorguitgaven en de vermijdbare sterfte – dan is Nederland niet onderscheidend (zie figuur 2). We zien in de meeste landen dat de vermijdbare sterfte vrij snel daalde in de periode van 1995 tot 2008 (zie ook Zorguitgaven en vermijdbare sterfte) en dat de kosten in een vergelijkbaar tempo toenamen. De indicator vermijdbare sterfte geeft inzicht in de sterfte aan ziekten die effectief behandeld (hadden) kunnen worden in een adequaat functionerend zorgsysteem (bijvoorbeeld astma, influenza en appendicitis). Vermijdbare sterfte is dus een indicator voor de unieke bijdrage van de gezondheidszorg aan de volksgezondheid.

Een vraag die momenteel speelt, is of de doelmatigheid in het deel van de ziekenhuiszorg waarin sinds 2005 verzekeraars en zorgaanbieders vrij over de prijzen mogen onderhandelen (het B-segment) anders en beter is dan in het andere deel van de ziekenhuiszorg (het A-segment). Deze Zorgbalans constateert dat de prijsontwikkeling in het B-segment weliswaar gematigd is, maar dat door een groei van het volume de totale uitgaven toenemen. In termen van kostenbeheersing is dat geen goed signaal, ook al is het complex om met het beperkte gegevensmateriaal dat er is deze cijfers eenduidig te interpreteren en definitieve conclusies te trekken (zie ook Vrij onderhandelbare zorg).

Kwaliteit van zorg onvoldoende transparant en nog geen sturende factor

De in recente jaren doorgevoerde systeemwijziging beoogt een stelsel van gereguleerde competitie tot stand te brengen. Achterliggend doel is dat de zorgvrager meer centraal staat en dat hierdoor voor iedereen betaalbare en goede zorg wordt gerealiseerd. Dit is een proces van lange adem. Op dit moment concurreren zorgverzekeraars onderling vooral op de premie en de prijs en speelt de kwaliteit van de zorg bij de zorginkoop nog een beperkte rol. Dit geldt voor de curatieve, maar ook voor de langdurige zorg. Gereguleerde concurrentie veronderstelt dat zorgverzekeraars én zorgvragers beschikken over goede en transparante informatie over zowel de kwaliteit als de prijs van zorgproducten. Vooral adequate en bruikbare informatie over de kwaliteit van de zorg – en dan vooral de uitkomsten ervan - is nog onvoldoende beschikbaar.

fig422

Figuur 1: Jaarlijkse nominale uitgavengroei (%), 2000-2009 (Bron: VWS, 2009d; VWS, 2010a; CBS, 2009l; OECD Health Data).a

a BKZ = Budgettair Kader Zorg (= netto BKZ + eigen betalingen); SHA = System of Health Accounts

fig434

Figuur 2: Vermijdbare sterfte per 100.000 inwoners en reële zorguitgaven per inwoner (in US$ PPP),1996-2007 (Bron: OECD Health Data database; WHO; databewerking RIVM). a

a Met het gebruik van US$ Purchasing Power Parities (PPP) wordt gecorrigeerd voor koopkrachtverschillen tussen landen

.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

  • OECD Health Data database, 2009.
  • CBS, Centraal Bureau voor de Statistiek.Uitgaven aan de zorg stijgen met 6,2 procent. Persbericht PB09-037 14 maart 2009. Den Haag/Heerlen: CBS, 2009l.
  • VWS, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.Rijksbegroting 2010. Hoofdstuk XVI Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Den Haag, 2009d.
  • VWS, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.Jaarverslag 2009. Den Haag, 2010a.
Zorgbalans, versie 3.2, 22 december 2011
© RIVM, Bilthoven.