Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Zorgbalans

De indicatoren

Tabel 1 geeft op hoofdlijnen weer in welke mate de gebruikte indicatordomeinen met (min of meer) adequate gegevens gevuld zijn.

De website van de Zorgbalans (www.rivm.nl/gezondheidszorgbalans) zal vanaf najaar 2010 voor alle indicatoren een wetenschappelijke onderbouwing bevatten, dat wil zeggen een verantwoording waarom de indicator is geselecteerd, welke bronnen zijn gebruikt, en een kort overzicht wat bekend is over de betrouwbaarheid van de gegevens. Dit geeft ook zicht op de ontwikkelingen in de beschikbaarheid en betrouwbaarheid van de gegevens.

Lacunes in de set van indicatoren

In onderstaand overzicht is weergegeven in welke indicatordomeinen van de Zorgbalans lacunes bestaan en waar verbeteringen prioriteit hebben. Deze lijst is niet veel korter dan die in de vorige Zorgbalans en richt zich daarnaast ook op de analyse en interpretatie van indicatoren. De lijst weerspiegelt daarmee de commentaren van het beleids- en zorgveld op de Zorgbalans.

De Zorgbalans legt het primaat bij uitkomstindicatoren, zoals bijvoorbeeld de HSMR en daarna bij procesindicatoren. De ervaring van de Zorgbalans is dat de curatieve zorgsector bij de ontwikkeling van uitkomstindicatoren terughoudend is, vaak nadruk legt op de beperkingen bij de interpretatie en regelmatig kiest voor procesindicatoren die aan de veilige kant blijven en minder het hart van de kwaliteit raken.

Verbeteringen in de set van indicatoren

De samenstelling van de set indicatoren is evenwichtiger geworden door de toevoeging van een aantal nieuwe indicatoren. De verbeteringen betreffen vooral een aantal kwaliteitsindicatoren.

Op de eerste plaats zijn de ervaringen van burgers, patiënten en cliënten over een breder terrein van de zorg beschreven als gevolg van de toename van het aantal CQ-indexen dat beschikbaar is. Hieruit is een aantal indicatoren geselecteerd die voor de Zorgbalans belangrijk zijn, zowel wat betreft kwaliteit als toegankelijkheid van de zorg.

Voor de langdurige zorg kon gebruik gemaakt worden van de resultaten van de tweede landelijke peiling van de normen verantwoorde zorg uit 2008.

Verder is een begin gemaakt met indicatoren voor de palliatieve zorg. Voor enkele structurele kenmerken van de palliatieve zorg zijn gegevens beschikbaar. Het NIVEL heeft samen met betrokken partijen kwaliteitsindicatoren ontwikkeld, maar gegevens voor deze indicatoren zijn er nu nog niet.

Indicatordomeinen waar verbetering wenselijk is

In sommige indicatordomeinen zijn meer verbeteringen nodig dan in andere. Naar de mening van het Zorgbalans-team verdienen de volgende indicatordomeinen prioriteit:

Kwaliteit

  • Gezondheidszorg: deze sector loopt duidelijk achter op de andere zorgsectoren met de ontwikkeling en empirische invulling van kwaliteitsindicatoren.
  • Terminale en palliatieve zorg: de volgende stap is het verzamelen van empirische gegevens voor de ontwikkelde kwaliteitsindicatoren.
  • Samenhang in de zorg: het toenemend aantal initiatieven rond de invoering van ketenzorg maken het wenselijk om systematisch te monitoren hoe het staat met de coördinatie van de zorg, zowel op patiëntniveau als op systeemniveau (aansluiting tussen sectoren).

Toegankelijkheid

  • Aandacht voor verschillen in toegankelijkheid: de Zorgbalans beschrijft tot nu toe hoe de ‘gemiddelde’ burger de toegankelijkheid van de zorg ervaart. Daarmee ontstaat geen zicht op bevolkingsgroepen voor wie de toegankelijkheid mogelijk tekort schiet. Het systeemdoel toegankelijkheid geldt voor alle burgers. Daarom is het wenselijk in een volgende Zorgbalans verschillen in ervaren toegankelijkheid (én kwaliteit) tussen bevolkingsgroepen te analyseren, met aandacht voor de zorg voor zeer kwetsbare burgers, zoals dak- en thuislozen en andere doelgroepen waarop de Openbare Geestelijke Gezondheidszorg zich richt.

Kosten en doelmatigheid

  • Arbeidsproductiviteit in relatie tot kwaliteit: arbeidsproductiviteit wordt nu nog vooral gemeten los van de kwaliteit van de geleverde zorg. Daarmee wordt niet duidelijk of een toename van het aantal cliënten dat geholpen wordt, mogelijk gepaard gaat met verschraling van de zorg. Anderzijds wordt ook niet duidelijk of bij gelijkblijvende arbeidsproductiviteit de kwaliteit van de geleverde zorg toeneemt. Een nadere verkenning hiervan is wenselijk. De NZa en de Zorgbalans zijn van plan om op dit terrein nauwer te gaan samenwerken.

Sectoren

  • Het zwaartepunt van deze Zorgbalans ligt bij de curatieve zorg. De wens is om in de volgende Zorgbalans meer aandacht te besteden aan de langdurige zorg (met name gehandicaptenzorg, langdurige ggz en veranderingen in de uitvoering van de AWBZ) en aan indicatoren die de voortgang van de preventie in de zorg in beeld kunnen brengen.

Onderlinge samenhang systeemdoelen

  • Steeds dwingender wordt de vraag gesteld in hoeverre het mogelijk is om gelijktijdig de toegankelijkheid en kwaliteit van de zorg te verbeteren en de kosten van de zorg te beheersen. Dat vraagt om een analyse van de onderlinge samenhang tussen kwaliteit, toegankelijkheid en kosten.


Tabel 1: Kwaliteit van de empirische vulling van de indicatoren

tabel 6.2.1

Groen: goed; Oranje: matig; Rood: onvoldoende X onvoldoende verbeterd in tweede Zorgbalans; XX verbeterd in derde Zorgbalans

.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

AWBZ
Algemene wet bijzondere ziektekosten
CQ
Consumer Quality
De CQ-index is een gestandaardiseerde systematiek voor meten, analyseren en rapporteren van klantervaringen in de zorg.
ggz
Geestelijke gezondheidszorg
HSMR
Hospital standardised mortality ratio
NIVEL
Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg
URL: http://www.nivel.nl
NZa
Nederlandse Zorgautoriteit
Samenvoeging van het College tarieven gezondheidszorg (CTG) en het College van toezicht op de zorgverzekeringen (CTZ). Per 1 januari 2006. URL: http://www.nza.nl.
Zorgbalans, versie 3.2, 22 december 2011
© RIVM, Bilthoven.