Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Zorgbalans

Idealiter zou elke indicator in de Zorgbalans niet alleen trendgegevens, maar ook een internationale vergelijking én een vergelijking met een benchmark dan wel beleidsnorm bevatten. Het aantal indicatoren met trendgegevens is toegenomen, maar het aandeel internationale vergelijkingen en vergelijkingen met een beleidsnorm is afgenomen. Een belangrijke oorzaak ligt in de toename van indicatoren die patiëntervaringen weergeven (CQ-index). Daar bestaan geen internationale vergelijkingen voor en ook geen expliciete beleidsnormen. Verdere verbetering van vergelijkingsmogelijkheden is noodzakelijk en vereist duidelijke investeringen (zie tabel 1).

Lacunes en trendbreuken in trendgegevens

Een aantal indicatoren is in deze editie van de Zorgbalans afgevallen omdat er door registrerende instellingen geen nieuwe metingen uitgevoerd zijn. Dat geldt bijvoorbeeld voor de kwaliteitsindicatoren gezondheidsbeleid op scholen, de oordelen van AWBZ-cliënten over het Centrum Indicatiestelling Zorg, en de ervaringen van patiënten met medische hulpmiddelen.

Bij een aantal andere indicatoren is sprake van een methodologische trendbreuk doordat registrerende instanties de afgelopen jaren hun meetmethoden hebben veranderd of correcties hebben uitgevoerd. Dat was bijvoorbeeld het geval bij de indicatoren wachttijden in ziekenhuizen en het aantal onverzekerden.

Een aanzienlijk aantal trendbreuken ontstaat als gevolg van veranderingen in de zorg, die doorwerken in de omschrijvingen van indicatoren. Voorbeelden betreffen de veranderende inhoud van het Rijksvaccinatie Programma, de veranderingen in de leeftijdgrens bij de vaccinatie voor de seizoensgriep, aanpassingen in de normen voor het minimaal aantal te verrichten specialistische operaties in ziekenhuizen, beleidsmatige veranderingen in de financiële tegemoetkomingen voor chronisch zieken en aanpassingen in het aandeel medische behandelingen in het vrije onderhandelingssegment (B-segment), integrale bekostiging van chronisch ziekenzorg (onder andere diabeteszorg) en de invoering van zorgzwaartepakketten in de langdurige zorg.

Deze methodologische, beleidsmatige en zorginhoudelijke trendbreuken belemmeren het zicht op de werkelijke ontwikkelingen. Soms is de invloed zo aanzienlijk, bijvoorbeeld bij wachttijden in de ziekenhuizen, dat geen adequaat inzicht in de werkelijke trend in de afgelopen jaren mogelijk is. Wanneer registraties veranderen zijn behalve voor de vernieuwing van de registratie ook extra investeringen nodig om - in ieder geval tijdelijk - een goede vergelijking met voorgaande jaren te garanderen.

Verbeteringen in trendgegevens

De tijdsperiode waarover trendgegevens beschikbaar zijn, is duidelijk verbeterd. Voor een deel van de indicatoren zijn nu zelfs gegevens over de periode 2000-2008/2009 beschikbaar, een periode van bijna 10 jaar. Het aantal indicatoren zonder enige trendgegevens nam af.

Tabel 1: Vergelijkbaarheid van gegevens in de Zorgbalans.

Kenmerk

Percentage indicatoren dat aan kenmerk voldoet

Veranderingen ten opzichte van tweede Zorgbalans

1e ZB

2e ZB

3e ZB

Trend in de tijd

50%

61%

72%

Veel indicatoren zijn over een steeds langere periode gevolgd

Internationale vergelijking

20%

26%

24%

Vergelijking met (beleids)norm a

5%

21%

18%

Extra aandacht voor verschillen tussen zorgverleners

a De vergelijkbaarheid met beleidsnormen komt onder bruikbaarheid aan de orde.

Stand van zaken internationale vergelijkingen

De ruggengraat voor de internationale vergelijkingen in de Zorgbalans wordt gevormd door de vergelijking van de kwaliteit van zorg met andere OECD-landen (Health at a glance). Daarnaast zijn opnieuw gegevens van de Commonwealth Fund International Health Policy Survey gebruikt, waaraan Nederland sinds 2006 deelneemt, en waarin behalve de Verenigde Staten, Canada, Australië, Nieuw-Zeeland, Groot-Brittannië en Duitsland ook Frankrijk (sinds 2008), Noorwegen en Zweden (sinds 2009) participeren. De Zorgbalans maakt geen gebruik van de internationale gegevens van de Euro Health Consumer Index, omdat er veel wetenschappelijke kritiek op de selectie, betrouwbaarheid en interpretatie van deze gegevens is.

Lacunes in internationale vergelijkingen

De kwaliteit van de internationale vergelijkingen in de Zorgbalans is momenteel vooral afhankelijk van het tempo waarin de aanlevering van geharmoniseerde gegevens vanuit Nederland en andere landen aan de OECD toeneemt. Deze loopt op veel punten vanuit Nederland goed, maar op enkele essentiële punten juist niet, doordat goede Nederlandse gegevens ontbreken.

Bij de aanlevering van Nederlandse gegevens in 2009 aan de OECD voor de indicatoren voor de kwaliteit en veiligheid van zorg bleken verschillende knelpunten in de informatievoorziening te bestaan die terug te voeren zijn op registratieproblemen in Nederland (RIVM, 2008e). Dat betreft met name de voortdurend verdere achteruitgang in kwaliteit en deelname van de Landelijke Medische Registratie (LMR), waardoor geen gegevens over medische complicaties, vermijdbare ziekenhuisopnamen en heropnames in verband met psychische aandoeningen konden worden aangeleverd.

  • Voor het nieuw te ontwikkelen onderdeel patiëntveiligheid heeft de OECD de indicatoruitkomsten van de verschillende landen uitgebreid geanalyseerd, waarbij gekeken is naar de plausibiliteit, betrouwbaarheid en validiteit. De Nederlandse gegevens van de LMR met betrekking tot medische complicaties bij ziekenhuisopnamen bleken onvoldoende en konden niet gebruikt worden. De oorzaak daarvan is dat nevendiagnosen slecht geregistreerd dan wel ernstig ondergeregistreerd worden.
  • Voor de ‘vermijdbare ziekenhuisopname’-indicatoren kwam hier nog eens het probleem bij dat de LMR steeds onvollediger begint te worden. De deelname van de ziekenhuizen is in de loop van de tijd afgenomen evenals de volledigheid van registreren. Zo registreren sommige ziekenhuizen geen nevendiagnosen en/of geen verrichtingen meer of worden vage ziekenhuisdiagnosen gecodeerd.
  • Voor de ggz heeft Nederland helemaal geen gegevens kunnen aanleveren. Het bleek niet mogelijk de benodigde heropnamecijfers voor psychische en psychiatrische aandoeningen te berekenen doordat in het DBC-informatiesysteem (DIS) de start- en einddatum van een klinische opname niet goed waren vast te stellen en er IT-problemen waren.

Deze gebrekkige registratie heeft er toe geleid dat Nederland niet heeft kunnen meedoen aan de ontwikkeling van een aantal gewenste internationale indicatoren op het belangrijke terrein van veiligheid in de zorg. Voor toekomstige gegevensleveranties aan de OECD wordt de beschikbaarheid van deugdelijke Nederlandse ziekenhuisgegevens ook voor al bestaande indicatoren een onoverkomelijk probleem. Voor de aanlevering van deze gegevens aan internationale organisaties is de Nederlandse overheid uiteindelijk verantwoordelijk. Het aantal informatieverplichtingen vanuit de EU op het terrein van de volksgezondheid en zorg neemt toe.

Op het gebied van de langdurige zorg zijn nog nauwelijks internationale vergelijkingen beschikbaar.

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • RIVM, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu.Notitie Medische registratie in ziekenhuizen (LMR/DIS). Bilthoven: RIVM, 2008e.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

AWBZ
Algemene wet bijzondere ziektekosten
CQ-index
Consumer Quality Index
De CQ-index is een gestandaardiseerde systematiek voor meten, analyseren en rapporteren van klantervaringen in de zorg.
EU
Europese unie
ggz
Geestelijke gezondheidszorg
OECD
Organisation for Economic Co-operation and Development
Organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling. URL ledenlijst van de OECD: http://www.oecd.org/document/58/0,3746,en_2649_201185_1889402_1_1_1_1,00.html
Zorgbalans, versie 3.2, 22 december 2011
© RIVM, Bilthoven.