U bevindt zich op:Zorgbalans›Hoe gaat de Zorgbalans verder?
Bij de start van de Zorgbalans in 2006 werd er rekening mee gehouden dat er een groeipad nodig zou zijn om tot een evenwichtige set indicatoren te komen, met voldoende tijdreeksen, internationale vergelijkingen en vergelijkingen met beleidsnormen en benchmarks. Dat stadium is nu min of meer bereikt. Het is niet te verwachten dat er nog grote verbeterstappen mogelijk zijn. Daarmee is de Zorgbalans binnen de reikwijdte van de oorspronkelijke opdracht bij deze derde verschijning grotendeels uitontwikkeld. Dat maakt het ook mogelijk om zoals ook wel geopperd wordt, de periodiciteit te verlagen tot eens in de vier jaar.
Een vierjaarlijkse frequentie na 2010 heeft twee voordelen:
Een vierjaarlijkse rapportage stelt ook eisen. De functie van ondersteuning van de strategische beleidsvoering komt dan nog centraler te staan, en de rapportage zal moeten winnen aan analysekracht, toekomstgerichtheid en gezag. De rapportage zal dan ook duidelijker gedragen moeten worden door wetenschappelijke en veldpartijen.
Tegelijkertijd zal ook voldoende tussentijdse actualisering van de gegevens moeten plaatsvinden. Er zijn twee zware argumenten die pleiten voor een Zorgbalans niet over vier, maar over twee jaar:
De website van de Zorgbalans (www.gezondheidszorgbalans.nl) kan goede diensten bewijzen bij de wens om op hoofdlijnen ook tussentijds de vinger aan de pols te houden. Een mogelijkheid is om op de website daarom voortaan jaarlijks (in mei) een (beperkt) aantal kernindicatoren te actualiseren. Op basis daarvan zou dan tussentijds een verkorte Zorgbalans-rapportage kunnen worden opgesteld.