Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Zorgbalans

Zeven van de tien cliënten in de geestelijke gezondheidszorg vinden dat hun behandel- of begeleidingsplan naar wens wordt uitgevoerd

Bij behandeling of begeleiding in de ggz wordt doorgaans een behandel- of begeleidingsplan gemaakt. Meestal komt dit plan tot stand in samenspraak met de cliënt. Het is een overeenkomst tussen behandelaar en patiënt waarin het doel en de vorm van de behandeling of begeleiding worden beschreven. Uit een peiling onder cliënten die een ggz-behandeling of begeleiding hebben afgesloten of een belangrijke nieuwe fase zijn ingegaan blijkt dat 71% van hen van mening is dat het behandel- of begeleidingsplan naar wens is uitgevoerd (Hilderink & van 't Land, 2009). In figuur 1 zijn de percentages antwoorden weergegeven, uitgesplitst naar vormen van ggz. Cliënten die een deeltijdbehandeling hebben gekregen zijn het meest positief: 80% antwoordde positief. Ook cliënten die een ambulante behandeling kregen, een korte klinische behandeling ontvingen of die begeleid werden bij zelfstandig wonen waren in drie kwart of meer van de gevallen positief. Cliënten die langdurige klinische zorg ontvingen of transmurale zorg, waren vaker ontevreden. Het aantal positieve antwoorden was het laagst bij de ‘Zorg op maat’-cliënten. Zorg op maat staat voor een samenhangend aanbod aan zorgsoorten voor mensen met een bepaald type stoornis of hulpvraag. De resultaten voor deze groep worden echter vertekend door een hoog percentage ‘onbekend’.

Ook is aan de ggz-cliënten gevraagd of ze vinden dat de behandeling of begeleiding de juiste aanpak was voor hun problemen. Omdat een behandel- of begeleidingsplan in samenspraak met de cliënt tot stand hoort te komen, kan een negatief antwoord er op wijzen dat de cliënt hierbij onvoldoende betrokken is geweest. 71% van de antwoorden over de juistheid van de aanpak was positief. Figuur 2 geeft de antwoorden per zorgvorm weer. Net als bij de vorige vraag blijkt dat cliënten die een deeltijdbehandeling kregen, ambulante hulp kregen of begeleid zelfstandig woonden het meest positief waren. Meer dan driekwart van hen was positief. Cliënten die een lange klinische behandeling ontvingen of transmurale zorg kregen vonden vaker dat de behandeling niet de juiste aanpak was, respectievelijk 66% en 60%.

fig266

Figuur 1: Percentage zorggebruikers in de geestelijke gezondheidszorg dat vindt dat het behandel- of begeleidingsplan naar wens is uitgevoerd, 2006 (Bron: Hilderink et al., 2008).

fig267

Figuur 2: Percentage zorggebruikers dat van mening is dat de behandeling of begeleiding de juiste aanpak is voor hun problemen, 2006 (Bron: Hilderink et al., 2008).

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • Hilderink I, Land H van 't.GGZ in tabellen 2008. Utrecht: Trimbos-instituut, 2009.
  • Hilderink I, Vink M, Land H van 't, Fotiadis L.Trendrapportage GGZ 2008. Deel 3: Kwaliteit en effectiviteit. Basisanalyse. Utrecht: Trimbos-instituut, 2008.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

ggz
Geestelijke gezondheidszorg
Zorgbalans, versie 3.2, 22 december 2011
© RIVM, Bilthoven.