U bevindt zich op:Zorgbalans›Kwaliteit›Patiëntveiligheid›
In twintig tandartspraktijken deden zich op 3.820 patiëntencontacten 8 (0,2%) incidenten voor met onbedoelde, onnodige schade. In twintig huisartsenpraktijken resulteerden 58 (0,7%) van 8.401 patiëntencontacten in onbedoelde, onnodige schade; het overgrote gedeelte daarvan betrof tijdelijke, niet ernstige schade. Zeven incidenten leidden tot ziekenhuisopname. Het aantal incidenten met onnodige schade aan de patiënt in vier huisartsenposten was met zes gering. In twintig paramedische praktijken deden zich twee incidenten voor die leidden tot permanente schade (Harmsen et al., 2009). In geen enkele praktijk leidde een incident tot overlijden van een patiënt.
De percentages zijn laag, maar omdat een groot gedeelte van de Nederlandse bevolking één of meerdere keren per jaar gebruik maakt van een eerstelijns zorgvoorziening, gaat het toch om aanzienlijke aantallen. Zo wordt geschat dat 70.395 mensen jaarlijks geconfronteerd wordt met een al dan niet vermijdbaar incident dat tot ziekenhuisopname leidt. Deze gegevens zijn ontleend aan het dossieronderzoek naar patiëntveiligheid in de eerste lijn (Harmsen et al., 2009). In het kader van deze studie werden voor vijf sectoren elk 1000 dossiers bestudeerd. Per dossier werd een periode van één jaar bekeken.
Tabel 1: Incidenten met onnodige schade voor de patiënt in vijf eerstelijns disciplines, 2008/2009 (Bron: Harmsen et al., 2009).
Incidenten / aantal contacten
Incidenten met
Monitoring nodig (%)
Emotionele schade (%)
Tijdelijke schade (%)
Tijdelijke schade + ziekenhuis-opname (%)
Permanente schade (%)
onnodige schade
20 huisartsenpraktijken
211 / 8.401
58
57
7
24
12
0
-0.70%
4 huisartsenposten
24 / >1000
6
83
17
20 paramedische praktijken
18 / 16.764
10 (0,06%)
20
20 tandartspraktijken
8 /
8
100
3.820
-0.20%
20 verloskundigen-praktijken
86 / 14.888
25 (0,17%)
36
4