Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Zorgbalans

De gestandaardiseerde ziekenhuissterfte is in de periode 2005-2010 afgenomen, maar verschillen tussen ziekenhuizen blijven bestaan. De sterfte in de ziekenhuizen met de hoogste sterfte lag in 2010 17% boven de verwachte sterfte 

Met de Hospital Standardised Mortality Rate (HSMR) kan het sterftecijfer tussen ziekenhuizen onderling worden vergeleken. De HSMR van een ziekenhuis is een maat om de kans op overlijden in een ziekenhuis ten opzichte van andere ziekenhuizen uit te drukken (Jarman et al., 1999; Jarman et al., 2010; Heijink et al., 2008).

De HSMR houdt rekening met factoren die de ziekenhuissterfte beïnvloeden maar die buiten de controle van het ziekenhuis liggen. Verschillen in sterftecijfers kunnen bijvoorbeeld veroorzaakt worden doordat in sommige ziekenhuizen meer patiënten liggen met ernstige aandoeningen of met een hogere leeftijd dan in andere. Zulke verschillen hebben dus niets te maken met prestaties van het ziekenhuis. Voor het berekenen van de gestandaardiseerde sterfte wordt daarom de werkelijke sterfte gedeeld door de sterfte die men zou verwachten op basis van een hele reeks eigenschappen van de opgenomen patiënten: zoals de leeftijd, de ernst van de aandoening, comorbiditeit, de sociaal-economische status en de herkomst van de patiënt. Als de sterfte precies overeenkomt met de ‘verwachte sterfte’ is de gestandaardiseerde sterfte 100%. Bij een HSMR boven de 100 is de sterfte hoger dan verwacht, daaronder lager dan verwacht.

Om een vergelijking te kunnen maken door de tijd, is in figuur 1 het gemiddelde over alle jaren op 100 gesteld. Te zien is dat er een sterke afname is geweest in de HSMR door de jaren heen: in een periode van zes jaar zien we een afname van ongeveer 30%. Ziekenhuizen met de hoogste sterfte in 2010 zaten ongeveer op het niveau van de ziekenhuizen met de laagste sterfte in 2005. De verschillen tussen ziekenhuizen zijn vrijwel hetzelfde gebleven: ziekenhuizen met de hoogste sterfte (90e percentiel) zaten ongeveer 17% boven de verwachte sterfte, ziekenhuizen met de laagste sterfte (10e percentiel) scoorden 18% onder de verwachte sterfte.

 

HSMR

Figuur 1: Gestandaardiseerde ziekenhuissterfte per ziekenhuis, 2005-2010. De cijfers zijn geïndexeerd op het gemiddelde van alle jaren (N=58) (Bron: LMR, Dutch Hospital Data; databewerking CBS).

Omdat bij het berekenen van de HSMR op veel kenmerken wordt gestandaardiseerd, kan de HSMR niet alleen afnemen door een lagere sterfte, maar ook door een betere registratie van zulke kenmerken. Vooral bij de registratie van comorbide aandoeningen (medische problemen die spelen naast de hoofddiagnose) kan dat voorkomen. Het CBS heeft voor deze analyse alleen die ziekenhuizen geselecteerd die in alle jaren zowel kwalitatief als kwantitatief voldoende gegevens geregistreerd hadden, dat waren er 58. Zie voor een gedetailleerde beschrijving van de meet- en rekenmethoden het methodologierapport van het CBS (Israëls et al., 2011).

Voor de verantwoording van de indicator, klik hier.

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • Heijink R, Koolman X, Pieter D, Van der Veen A, Jarman B, Westert G.Measuring and Explaining Mortality in Dutch Hospitals; the Hospital Standardized Mortality Rate between 2003 and 2005. BMC Health Services Research, 2008; 8: 23
  • Israëls A, Laan J van der, Bruin A de, Ploemacher J, Verweij G.HSMR 2010 methodological report. The Hague/Heerlen: CBS Statistics Netherlands, 2011.
  • Jarman B, Gault S, Alves B, Hider A, Dolan S, Cook A, et al.Explaining differences in English hospital death rates using routinely collected data. Br Med J, 1999; 318: 1515-1520.
  • Jarman B, Pieter D, Veen AA van der.The hospital standardised mortality ratio: a powerful tool for Dutch hospitals to assess their quality of care? Qual Saf Health Care, 2010; 19: 9-13.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

CBS
Centraal Bureau voor de Statistiek (Statistics Netherlands)
Zorgbalans, versie 3.4, 15 juni 2012
© RIVM, Bilthoven.