Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Zorgbalans

Het percentage Farmacotherapeutisch Overleg-groepen dat op niveau 3 en 4 functioneert, steeg gestaag sinds 2003 tot 50% in 2007

Het Farmacotherapeutisch Overleg (FTO) heeft als doel de kwaliteit en daarmee de veiligheid van medicijnverstrekking te bevorderen (DGV, 2007b). Deelname aan het FTO is voor huisartsen en apothekers een geaccrediteerde vorm van nascholing en vermoedelijk neemt ruim 90% van alle huisartsen en apothekers deel (DGV, persoonlijke mededeling). Er worden vier kwaliteitscategorieën FTO onderscheiden: 1 geen gestructureerd overleg; 2 regelmatig overleg zonder duidelijke afspraken; 3 regelmatig overleg van minimale duur, gezamenlijke voorbereiding, maken concrete afspraken en werken met prescriptiecijfers; 4 als 3 plus het toetsen van afspraken.

Belangrijke onderwerpen van het FTO zijn medicatie voor een veelheid van aandoeningen, polyfarmacie, nieuwe geneesmiddelen en therapietrouw. Afspraken betreffen vooral rolverdeling in medicatiebewaking, generieke en voorkeursmedicatie en herhaalreceptuur.

Het ministerie van VWS beschouwt de kwaliteit van het FTO als een belangrijke indicator voor de regionale doelmatigheid van de geneesmiddelenvoorziening en wilde dat vanaf 2007 tenminste 80% van de FTO-groepen in Nederland op niveau 3 of 4 functioneerde (VWS, 2006m). Tabel 1 laat zien dat het percentage FTO-groepen dat op niveau 3 of 4 functioneert in de periode 2003-2007 steeds licht stijgt tot 50% in 2007. Over het jaar 2008 werd geen FTO-peiling uitgevoerd.

Tabel 1: FTO-groepen op niveau 3-4, 2003-2007 (Bron: DGV, 2005; DGV, 2006; DGV, 2007b; DGV, 2008a).

2003

2004

2005

2006

2007

Totaal aantal FTO groepen

823

824

819

829

844

FTO-groepen op niveau 3-4a

40%

43%

47%

49%

50%

Er is onderzoek gedaan naar de relatie FTO-niveau en de kwaliteit van het voorschrijven door huisartsen (Meulepass, 2008). Per regio werden scores op voorschrijfindicatoren berekend en gerelateerd aan regionale verschillen in FTO-niveau. In regio's met een hoog percentage FTO’s op niveau 3 en 4, met uitsluiting van regio’s met veel apotheekhoudende huisartsen - die niet aan het FTO deelnemen -, werden een aantal significante relaties gevonden die duiden op een beter voorschrijfgedrag van huisartsen. Het betreft relatief meer nitraatgebruikers met een antitrombotica behandeling, een grotere therapietrouw bij bisfosfonaatgebuikers, vaker voorschrijven van voorkeursmiddelen bij RAS remmers, minder overbehandeling met triptanen, betere behandeling van astmapatiënten met inhalatiecorticosteroïden, minder voorschrijven van thiazolidinedionen en van protonpompremmers.

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • DGV, Nederlands instituut voor verantwoord medicijngebruik.FTO-peiling 2004. Kwaliteit van farmacotherapieoverleg in Nederland in beeld. Utrecht: DGV, 2005..
  • DGV, Nederlands instituut voor verantwoord medicijngebruik.FTO-peiling 2005. Kwaliteit van farmacotherapieoverleg in Nederland in beeld. Utrecht: DGV, 2006.
  • DGV, Nederlands instituut voor verantwoord medicijngebruik.FTO-peiling 2006. Kwaliteit van farmacotherapieoverleg in Nederland in beeld. Utrecht: DGV, 2007b.
  • DGV, Nederlands instituut voor verantwoord medicijngebruik. FTO-peiling 2007. Kwaliteit van farmacotherapieoverleg in beeld. Utrecht: DGV,2008a.
  • Meulepass M.Relatie tussen FTO-niveau en score op voorschrijfindicatoren. Utrecht: DGV, 2008.
  • VWS, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.Rijksbegroting 2007. Hoofdstuk XVI Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Den Haag: VWS, 2006m.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

DGV
Instituut voor verantwoord medicijngebruik
FTO
Farmaco-therapeutisch overleg
Zorgbalans, versie 3.2, 22 december 2011
© RIVM, Bilthoven.