De vaccinatiegraad binnen het Rijksvaccinatieprogramma varieert van 91% voor het acellulair kinkhoestvaccin tot 96% voor het meningokokken C-vaccin; in sommige provincies is dit onder de WHO-norm van 90%. In 2009 was de griep vaccinatiegraad 70,4% voor alle risicogroepen
Het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) is gericht op de preventie van infectieziekten en de complicaties daarvan. De meeste van deze ziekten vormden in het verleden een groot volksgezondheidsprobleem en zijn door de komst van vaccinaties bijna verdwenen. De vaccins worden toegediend in series volgens een bepaald schema. Voor een volledige bescherming is het belangrijk dat de complete serie wordt afgerond. Het aantal vaccinaties loopt uiteen van één voor meningokokken C tot vijf voor bijvoorbeeld difterie, tetanus en polio (dtp). De percentages die we hier presenteren betreffen de percentages van de doelgroepen die de serie volledig hebben afgerond.
Figuur 1 toont de percentages afgeronde vaccinatieprogramma’s van vijf vaccins. Gemiddeld ligt de vaccinatiegraad voor alle vaccins hoog. Bovendien is het bereik van een aantal vaccins licht toegenomen in de afgelopen jaren, zoals in de figuur is te zien.
In 2008 varieerden de percentages afgeronde series van 91% voor het acellulair kinkhoestvaccin tot 96% voor het meningokokken C-vaccin. Hoewel de vaccinatiegraad in Nederland dus doorgaans ruim voldoende is, is dit internationaal gezien niet uitzonderlijk. Vrijwel alle -landen hebben een hoge vaccinatiegraad. Voor bijvoorbeeld, varieert de vaccinatiegraad van 83% in Oostenrijk tot meer dan 99% in ondermeer Polen, Hongarije en Zweden ().
Het heeft niet alleen de individuele bescherming van kinderen tot doel maar ook het collectieve belang door de bescherming op populatieniveau (het voorkomen dat men anderen besmet). Volgens de is een vaccinatiegraad van minstens 90% nodig voor voldoende bescherming van de populatie. De landelijke cijfers voldoen ruimschoots aan deze norm maar als we op regionaal niveau kijken, zien we dat sommige provincies deze norm niet halen. De provincies Zeeland en Gelderland halen de WHO-norm niet voor het -vaccin. De provincies Zeeland, Gelderland en Flevoland halen de WHO-norm niet voor het -vaccin. De lagere vaccinatiegraad in bepaalde regio’s kan vrijwel zeker verklaard worden door de clustering van mensen die om geloofsredenen tegen vaccineren zijn ().
In 2009 is voor het eerst het -vaccin tegen baarmoederhalskanker toegevoegd aan het RVP. De doelgroep voor het HPV-vaccin zijn meisjes van 12 tot 16 jaar. Deze meisjes krijgen een serie van drie inentingen. Het opkomstpercentage voor de inenting met het HPV-vaccin is, zeker in vergelijking met de andere vaccins, tot nu toe laag. De helft van de meisjes die tot de doelgroep behoorden, heeft een eerste vaccinatie gehaald, 49% een tweede en 45% van de doelgroep heeft de hele reeks afgemaakt. Ten opzichte van de meisjes die een eerste vaccinatie hebben gehaald heeft 97% een tweede vaccinatie gehaald en 89% ook de derde. Dat betekent dat als meisjes beginnen aan de reeks vaccinaties bijna 90% de reeks ook afmaakt ().
Grieppreventie
Bijna 32% van de Nederlandse bevolking behoorde tot de doelgroep van het Nationaal Programma Grieppreventie in 2009. Vóór de uitbreiding van de doelgroep met gezonde personen van 60 t/m 64 jaar in 2008 was dit ongeveer een kwart van de Nederlandse bevolking. De vaccinatiegraad is gestegen van 30% in 1992 naar 70% tot 75% de laatste jaren. Dit betekent dat sinds 2008 circa 22% van de totale bevolking jaarlijks een griepprik krijgt. Voor de uitbreiding van de doelgroep was dat circa 18%. In 2009 was de vaccinatiegraad 70,4% voor alle risicogroepen samen en 76% voor 60-plussers. Bij 60-plussers met een medische indicatie was de vaccinatiegraad in 2009 83% en zonder medische indicatie 64%. In de nieuwe doelgroep 60- t/m 64-jarigen zonder medische indicatie was de vaccinatiegraad bijna 55% in 2009 (52% in 2008). In figuur 2 staat een internationale vergelijking weergegeven van de dekkingsgraad van de griepvaccinatie. De dekkingsgraad van de Nederlandse griepprik is de hoogste van Europa ().
Figuur 1: Percentages volledig afgeronde vaccinatieprogramma’s voor verschillende vaccins, 2006-2008 (Bron: ).
Hib = haemophilus influenzae B; MenC = meningokokken; aK = acellulair kinkhoestvaccin; DTP = difterie, tetanus en polio; BMR = bof, mazelen en rode hond
Figuur 2: Dekkingsgraad onder ouderen* van seizoensgebonden griep, onderzoeken uit 2008 en 2009 (Bron: ).
* De definitie van ouderen varieert van 50+ tot ouder dan 65.
De 2008 data hebben voor België betrekking op het griepseizoen van 2003, voor Duitsland op het seizoen van 2005 en voor de andere landen op het seizoen van 2006. In 2009 rapporteerden alle landen de gegevens van 2007.
Figuur 3: Deelnamegraad griepvaccinatie (Bron: ; ).