Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Zorgbalans

In 2012 was 8,9% van de cliënten in instellingen voor 'wonen, zorg en welzijn' en 6,4% van de thuiszorgcliënten in de maand voorafgaand aan de meting één keer of vaker gevallen

In 2007 werden valincidenten voor het eerst meegenomen in de Landelijke Prevalentiemeting Zorgproblemen (LPZ) (Halfens et al., 2007). Hierbij gaat het om het aantal cliënten dat één of meerdere malen gevallen is (met of zonder letsel) in de periode van 30 dagen voorafgaand aan de meting (maandprevalentie; Halfens et al., 2012 ). De prevalentie van valincidenten gemeten in de thuiszorg en de instellingen voor 'wonen zorg en welzijn', gedurende de periode 2007-2012, is weergegeven in figuur 1.

In het meetjaar 2012 was 8,9% van de cliënten in instellingen voor 'wonen zorg en welzijn’ en 6,4% van de thuiszorgcliënten gevallen, in de maand voorafgaand aan de meting. In figuur 1 is te zien dat ten opzichte van 2011 de prevalentie in instellingen voor 'wonen zorg en welzijn’ vrijwel gelijk is gebleven en dat de prevalentie in de thuiszorg gedaald is, van 10,7% naar 6,4%. Bij de interpretatie dient rekening gehouden te worden met het feit dat niet ieder jaar dezelfde instellingen deelnemen aan de prevalentiemeting en dat instellingen op vrijwillige basis deelnemen (Halfens et al., 2012).

Valincidenten leiden bij ongeveer 35% van de bewoners van instellingen voor 'wonen zorg en welzijn' en ongeveer 60% van de thuiszorgcliënten die vallen tot letsel. Van de thuiszorgcliënten die vallen, liep ruim 40% lichte gezondheidsklachten op en nog eens ruim 40% matige gezondheidsklachten, zoals snij- of schaafwonden, in 2012. Bijna 18% had ernstig letsel, zoals een heupfractuur. Van de bewoners van instellingen voor 'wonen zorg en welzijn' die vallen, liep ongeveer 68% lichte gezondheidsklachten op, 22% matige gezondheidsklachten, en ondervond 5% ernstig letsel als gevolg van de val (Halfens et al., 2012).

Er bestaan diverse preventieve maatregelen tegen (herhaald) vallen of letsel als gevolg van vallen. Voorbeelden hiervan zijn aanpassingen in de woonomgeving, oefentherapie, toezicht en het geven van hoofd- of heupbeschermers. Valpreventieve maatregelen worden echter lang niet altijd toegepast (Halfens et al., 2012). Welke preventieve maatregelen gericht op het voorkomen van een eerste val (primaire valpreventie) worden toegepast in de instellingen voor 'wonen zorg en welzijn', is te zien in figuur 2. Hieruit blijkt dat sinds 2009 meer primaire valpreventieve maatregelen worden genomen en steeds meer gebruik wordt gemaakt van alarmering.

Sinds 2009 is er het internationale LPZ project. Daaraan doen naast Nederland, ook Oostenrijk, Zwitserland en Nieuw-Zeeland mee. In 2013 zal de LPZ voor het eerst in Indonesië en Brazilië uitgevoerd worden. Ook zijn er gesprekken gaande met Engeland en Ierland over  deelname aan de LPZ. In die landen wordt op identieke wijze het optreden van valincidenten in de sector voor 'wonen zorg en welzijn' gemeten.

 In 2012 is de maandprevalentie van valincidenten in Oostenrijk en Nieuw-Zeeland respectievelijk 9,6% en 12,6% (zie Figuur 3). Hierbij dient opgemerkt te worden dat het aantal deelnemers tussen de landen sterk verschilt, waardoor geen representatieve uitspraken gedaan kunnen worden. De Centers for Medicare and Medicaid Services (CMS) meten valincidenten in verpleeg- en verzorgingshuizen over de afgelopen 30 dagen voor de Verenigde Staten, op vergelijkbare wijze als de LPZ-meting. Het CMS-rapport laat zien dat de valprevalenties tussen de staten variëren van 8,9% tot 19,1%, met een gemiddelde van 13,0% voor de hele Verenigde Staten in 2010 (CMS, 2010). Uit figuur 3 blijkt dat de maandprevalentie van valincidenten in 2012 in Nederland het laagste is in vergelijking met andere landen, maar vergelijkbaar met Oostenrijk.

Informatie over valincidenten in de langdurige zorg uit andere landen is schaars. Veel studies zijn gedateerd en rapporteren meestal jaarprevalenties. De WHO schat dat ongeveer 30% tot 50% van de mensen in instellingen voor verpleging en verzorging jaarlijks valt. Bij ouderen die zelfstandig wonen is dat tussen de 28% en de 35%. De WHO baseert deze schatting op een inventarisatie van zes studies die werden uitgevoerd tussen 1981 en 2002 in de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Nieuw Zeeland en Nederland (Yoshida, 2009).

Voor de verantwoording van de indicator, klik hier.

 

Vallen 2007-2012

Figuur 1: Percentage cliënten van de thuiszorg en van instellingen voor 'wonen zorg en welzijn’ dat gevallen is in de periode van 30 dagen voorafgaand aan de meting, 2007-2012 (%) (Bron: LPZ-data; databewerking LPZ, CAPHRI; Halfens et al., 2012).

Valpreventie 2009-2012

Figuur 2: Primaire valpreventieve maatregelen die werden uitgevoerd in instellingen voor 'wonen zorg en welzijn', 2009-2012 (%) (Bron: Halfens et al., 2009; Halfens et al., 2010; Halfens et al., 2011; Halfens et al., 2012).

Vallen internationaal 2010-2012

Figuur 3: Percentage cliënten van instellingen voor 'wonen zorg en welzijn' dat gevallen is in de periode van 30 dagen voorafgaand aan de meting in vijf landen, 2010 en 2011/12 (%) (Bron: LPZ-data; databewerking LPZ, CAHPRI; CMS-data, 2010; Halfens et al., 2012).

.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

  • Halfens RJG, Meesterberends E, Meijers JMM, Du Moulin MFMT, Nie NC van, Neyens JCL, et al.Rapportage resultaten Landelijke Prevalentiemeging Zorgproblemen 2011. Maastricht: Universiteit Maastricht, 2011.
  • Halfens RJG, Meijers JMM, Du Moulin MFMT, Nie NC van, Neyens JCL, Schols JMGA.Rapportage resultaten: Landelijke Prevalentiemeting Zorgproblemen 2010. Maastricht: Universiteit Maastricht, 2010.
  • Halfens RJG, Meijers JMM, Neyens JCL, Offermans MPW.Landelijke Prevalentiemeting Zorgproblemen 2007. Maastricht: Universiteit Maastricht, 2007.
  • Halfens RJG, Meijers JMM, Neyens JCM, Schols JMGA.Rapportage Resultaten: Landelijke Prevalentiemeting Zorgproblemen 2009. Maastricht: Universiteit Maastricht, 2009.
  • Halfens RJG, Schols JMGA, Meijers JMM, Meesterberends E, Nie NC van, Neyens JCL, et al.Rapportage resultaten Landelijke Prevalentiemeting Zorgproblemen 2012. Maastricht: Universiteit Maastricht CAPHRI, 2012.
  • Yoshida S.A Global Report on Falls Prevention Epidemiology of Falls. S.l.: WHO, 2009.

Begrippen en afkortingen

Definities

Prevalentie
Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief.
Zorgbalans, versie 3.4, 15 juni 2012
© RIVM, Bilthoven.