In een periode van 30 dagen valt ongeveer 7% van de cliënten in de langdurige zorg; in ruim vier op de tien van deze valincidenten loopt de cliënt letsel op
In 2007 werden valincidenten voor het eerst meegenomen in de Landelijke Prevalentiemeting Zorgproblemen (LPZ) (). De indicator prevalentie van valincidenten betreft het percentage cliënten dat één of meerdere malen gevallen is (met of zonder letsel) in de periode 30 dagen voorafgaand aan de meting (; ). De prevalentie van valincidenten gemeten in de thuiszorg en de sector voor 'wonen zorg en welzijn', gedurende de periode 2007-2010, is weergegeven in figuur 1.
In 2010 viel 7,0% van de thuiszorgcliënten en 7,2% van de cliënten in instellingen voor 'wonen zorg en welzijn (voorheen de verpleeg- en verzorgingshuizen). In figuur 1 is te zien dat de valincidenten in de thuiszorg sinds de start van de meting in 2007 tot 2010 afnemen. In de instellingen voor 'wonen zorg en welzijn' is sinds 2007 eerst een stijging zichtbaar, maar is er vanaf 2008 een afname te zien. Cijfers uit de Jaardocumenten Zorg (meetjaar 2009) laten iets hogere gemiddelden zien: respectievelijk 10,2% bij cliënten woonachtig in de instellingen verpleging en verzorging en 10,3% bij cliënten in de thuiszorg ().
Valincidenten leiden bij gemiddeld 41,7% van de vallers tot letsel. Hiervan heeft de helft lichte gezondheidsklachten, heeft één op de vijf cliënten matige gezondheidsklachten, zoals snij- of schaafwonden (vooral in de thuiszorg) en bij bijna één op de drie is dat ernstig letsel, inclusief een heupfractuur. Er bestaan diverse preventieve maatregelen tegen (herhaald) vallen of letsel als gevolg van vallen. Voorbeelden hiervan zijn aanpassingen in de woonomgeving, oefentherapie, toezicht of het geven van hoofd- of heupbeschermers. Valpreventieve maatregelen worden echter lang niet altijd toegepast ().
De LPZ meting voor de valincidentie heeft op identieke wijze plaatsgevonden in de sector voor 'wonen zorg en welzijn' in Oostenrijk, Zwitserland en Nieuw-Zeeland. De prevalentie vallen is daar respectievelijk 8,9%, 16,3% en 15,1%. De meting in de thuiszorg is buiten beschouwing gelaten (). De Centers for Medicare and Medicaid Services (CMS) rapporteren valincidenten in verpleeg- en verzorgingshuizen over de afgelopen 30 dagen voor de Verenigde Staten, op vergelijkbare wijze als de LPZ-meting. De diverse staten rapporteren valprevalenties tussen de 8,9% en 19,1%, met een gemiddelde van 13,0% voor de hele Verenigde Staten in 2010 (CMS, 2010). Vergelijkbare informatie uit andere landen is schaars. Veel van deze studies zijn gedateerd en rapporteren meestal de jaarprevalentie. De schat dat ongeveer 30% tot 50% van de mensen in instellingen voor verpleging en verzorging jaarlijks valt. Bij ouderen die zelfstandig wonen is dat tussen de 28% en de 35%. De WHO baseert deze schatting op een inventarisatie van zes studies die werden uitgevoerd tussen 1981 en 2002 in de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Nieuw Zeeland en Nederland (Yoshida, 2009).
Figuur 1: Percentage cliënten dat is gevallen in de periode 30 dagen voorafgaand aan de meting, 2007-2010 (Bron: -data; databewerking LPZ, CAPHRI).