Ruim 20% van de cliënten in de langdurige zorg was in 2010 ondervoed; in vergelijking met voorgaande jaren daalde de prevalentie licht
Ondervoeding is een groot probleem binnen de gezondheidszorg dat vaak onderschat wordt en hoge kosten met zich meebrengt (; ). Met name ouderen zijn door langdurige ziekte of comorbiditeit kwetsbaar voor ondervoeding (). Ondervoeding kan leiden tot langzamer herstel en complicaties bij ziekte en operaties, verlies van spiermassa, daling van de weerstand en een vertraagde wondgenezing. Dit alles kan tot een negatieve gezondheidsspiraal leiden met een langere opnameduur, verhoogd medicijngebruik, verhoogde kans op behoefte aan thuishulp of opname in een verzorgings- of verpleeghuis, toename van de zorgcomplexiteit en afname van de kwaliteit van leven. Ook blijkt ondervoeding een onafhankelijke risicofactor voor overlijden te zijn (; ; ).
Sinds 2004 wordt ondervoeding gemeten in de jaarlijkse Landelijke Prevalentiemeting Zorgproblemen (LPZ). De maat ‘ondervoeding’ in de LPZ meting combineert gegevens over het ondergewicht (op basis van de ), het gewichtsverlies en de verminderde voedselinname (). Deze definitie van ondervoeding is gerelateerd aan de European Society Parenteral Enteral Nutrition (). De cijfers sinds 2006 zijn betrouwbaarder dan die van de jaren daarvoor, omdat het aantal deelnemers dat wordt gewogen, sterk is toegenomen.
Figuur 1 laat de prevalentie van ondervoeding zien, gemeten in de thuiszorg en in de sector voor 'wonen zorg en welzijn' (voorheen de verpleeg- en verzorgingshuizen). Hierin is te zien dat de prevalentie licht daalt in zowel de thuiszorg als in de sector voor 'wonen zorg en welzijn'. In 2010 bedroeg de prevalentie ondervoeding in de thuiszorg 17,1% en in de instellingen voor 'wonen zorg en welzijn' 20,7% ().
In de Basisset Prestatie-indicatoren 2007 introduceerde de een indicator over het screenen op ondervoeding. IGZ zelf stelt dat het invoeren van de indicator voor het screenings- en behandelprogramma voor ondervoeding heeft bijgedragen aan de aandacht voor ondervoeding in de ziekenhuizen ().
Verder is uit onderzoek gebleken dat jaarlijkse deelname aan de LPZ-meting en landelijke initiatieven zoals de Verbetertrajecten ‘Eten en Drinken’ van Zorg voor Beter in de care sector (Zorg voor Beter) en het ‘Wie beter eet wordt sneller beter’ van het Sneller Beter Project van de stuurgroep ondervoeding (Stuurgroep Ondervoeding) in de cure sector, de prevalentiecijfers positief beïnvloed ().