Gunstige trend gestagneerd
Van de vrouwen bij wie in 2004 borstkanker werd gediagnosticeerd, is de 84,4%. Voor alle leeftijden tussen 15 en 74 jaar ligt dit percentage tussen de 86% en 90%, maar voor vrouwen van 75 jaar en ouder is de 5-jaarsoverleving slechts 75%. Als we de trend over de periode 1995-2004 bekijken (met follow-up tot 2000-2009), zien we dat de overleving van vrouwen bij wie de borstkanker tussen 1997 en 2000 werd gediagnosticeerd, verbeterde, van 79,5% naar 84,5%. Daarna vond geen verdere verbetering meer plaats (zie figuur 1). Verbeteringen waren zichtbaar voor alle leeftijden tussen 15 en 74 jaar, ook voor de groep vrouwen die niet gescreend worden (15-40 jaar). Voor vrouwen van 75 jaar en ouder werd geen verbetering van de relatieve overleving gezien in de periode 1995-2004.
Nederlandse cijfers gemiddeld, vergeleken met andere westerse landen
De relatieve 5-jaarsoverleving ligt in Nederland, vergeleken met andere westerse landen, op gemiddeld niveau (zie figuur 2). De landen met hogere overlevingscijfers rapporteerden percentages die 1,3 tot 1,9 procentpunten hoger liggen dan het percentage in Nederland. De Verenigde Staten (VS) is een uitschieter, met een 4,6 procentpunten hogere overleving. Dit blijkt uit onderzoek op initiatief van de . Een onvolledige registratie van overledenen in de VS zou een hoge overleving in dat land deels kunnen verklaren (), al wordt de mate van overschatting bij borstkanker gering geacht (; ). De EUNICE Survival Working Group vergeleek ook de 5-jaarsoverlevingscijfers tussen Europese regio’s en de VS, en wel voor vrouwen die in de periode 2000-2004 waren gediagnosticeerd. De werkgroep concludeerde dat de verschillen tussen Europa en de VS vooral verklaard worden door de betere overleving van vrouwen van 70 jaar en ouder in de VS (). Deze werkgroep wees wel op algemene problemen bij het vergelijken tussen landen, maar schreef niets over een slechtere follow-up bij ouderen in de negen gebruikte Amerikaanse registraties in vergelijking met de Europese registraties. De langlopende EUROCARE-studie, gebaseerd op patiënten die in de periode 2000-2002 waren gediagnosticeerd, liet een vergelijkbaar beeld zien als de OECD-studie: de overleving in Nederland is relatief gunstig, al wordt Nederland voorbijgestreefd door Scandinavische landen en Zwitserland ().
Verschillende verklaringen voor de eerdere stijging van de overleving
De verbeterde overleving van vrouwen met borstkanker in Nederland wordt toegeschreven aan de screening die in 1990 werd ingevoerd en aan de verbeterde behandeling. Door de screening worden vaker kleinere en minder agressieve tumoren opgespoord, en kan vroeger met behandeling worden gestart. Verbeteringen in de behandeling deden zich voor op het gebied van de chirurgie en aanvullende therapieën (hormonale therapie en chemotherapie). Daarnaast zijn nieuwe typen medicijnen geïntroduceerd (). Bij ouderen is de relatieve 5-jaarsoverleving relatief laag, verbeterde niet in de loop der tijd, en is in Nederland (en de rest van Europa) slechter dan in de VS. Dat kan er mee te maken hebben dat bij ouderen richtlijnen voor behandeling minder vaak en volledig worden toegepast, omdat behandelaars oordelen dat deze te belastend zijn voor (kwetsbare) ouderen (met comorbiditeit). Ouderen worden minder vaak geopereerd en krijgen weinig radiotherapie en zelden chemotherapie na operatie. Wel krijgen ze vaak hormonale therapie (zoals tamoxifen). Gebruik van hormonale therapie onder ouderen nam sterk toe in de periode 1995-2005 (). Of bij ouderen terecht een terughoudend beleid wordt gevoerd, is vanwege beperkt evaluatieonderzoek van kankertherapie bij ouderen niet bekend (). Onderzoek hiernaar zal worden gestimuleerd door de stichting Geriatrische Oncologie Nederland.
Figuur 1: (met 95% betrouwbaarheidsinterval) van vrouwen met borstkanker en baarmoederhalskanker, gestandaardiseerd volgens de ‘International Cancer Survival Standard’ (ICSS-2) populatie (Bron: Nederlandse Kankerregistratie). Follow-up tot en met 2009.
Figuur 2: (met 95% betrouwbaarheidsinterval) van vrouwen met borstkanker, gediagnosticeerd in 2004, tenzij anders vermeld. Voor Nederland zijn drie jaren samengenomen (Bron: ; Nederlandse Kankerregistratie).