Het percentage ongeplande keizersneden dat wordt uitgevoerd bij zwangere vrouwen in de laagrisicogroep verschilt sterk tussen ziekenhuizen; in 2009 varieerde dit van 3% tot 35%
Al geruime tijd is het percentage keizersneden internationaal een veelgebruikte indicator om ziekenhuizen of zorgsystemen in landen met elkaar te vergelijken (; ; ; ). Aangezien ongecorrigeerde keizersnedepercentages weinig zeggen over de kwaliteit van de perinatale zorg, is het gebruikelijk om te corrigeren voor onderliggende risicofactoren (). Een andere manier om eerlijker ziekenhuizen te vergelijken, is het creëren van homogene (laagrisico) groepen (; ; ; ).
In deze analyse is gekeken naar variatie in ongeplande keizersneden in een laagrisicogroep. De laagrisicogroep omvat à terme (≥ 37 weken) bevallingen waarbij vrouwen hun eerste kind baren en waarbij het een éénling betreft in hoofdligging. Een ongeplande keizersneden houdt in dat er tijdens de bevalling besloten wordt een keizersnede te verrichten, vanwege problemen met de moeder en/of het kind (). Daarentegen is een geplande (electieve) keizersnede gepland vóór het begin van de weeën, vanwege een specifieke klinische indicatie ().
In 2009 varieerde het percentage ongeplande keizersneden per ziekenhuis dat is uitgevoerd bij de laagrisicogroep van 3,0% tot 35,0% (zie figuur 1). Er zijn ook grote verschillen binnen de drie typen ziekenhuizen. De verschillen tussen de academische ziekenhuizen zijn beperkt: 11,5% tot 23,3%. Tussen opleidingsziekenhuizen is de variatie groter: 3,0% tot 27,6%. De grootste verschillen zijn zichtbaar tussen niet-opleidingsziekenhuizen: 4,4% tot 35,0%; vijf ziekenhuizen hebben geen ongeplande keizersneden uitgevoerd in de laagrisicogroep. Van de vijftien ziekenhuizen met de hoogste percentages, zijn er elf niet-opleidingsziekenhuizen (databewerking Stichting ).
Resultaten uit een Amerikaanse studie, waarin ook gekeken werd naar variatie in het percentage ongeplande keizersneden binnen een laagrisicogroep, lieten een soortgelijke variatie zien van 10,3% tot 34,2% en met een gemiddelde 22,0% ().