30-dagensterfte voor AMI daalt in de periode 2000-2007
Van de patiënten van 45 jaar en ouder die werden opgenomen in het ziekenhuis voor een acuut myocardinfarct (AMI) in 2007, overleed 7,2% binnen dertig dagen (bij mannen en vrouwen respectievelijk 6,9% en 7,5%). Deze patiënten waren binnen het ziekenhuis overleden, of buiten het ziekenhuis (bijvoorbeeld thuis of in een verpleeghuis). De ziekenhuissterfte binnen 30 dagen was 5,3% (5,0% bij mannen en 5,6% bij vrouwen).
In de periode 2000-2007 daalde in Nederland de totale sterfte (binnen of buiten het ziekenhuis) binnen 30 dagen na een ziekenhuisopname voor een AMI (zie figuur 1). Voor mannen bedroeg de daling over deze periode 30,5%, voor vrouwen 34,2%. Deze daling van de sterfte na opname voor een AMI wordt bevestigd door de gegevens van het thoraxcentrum in Rotterdam (). Sinds 1985 zijn hier gedetailleerde gegevens verzameld over patiënten die werden opgenomen vanwege een AMI. Een trendanalyse, waarbij gecorrigeerd werd voor AMI of in de voorgeschiedenis, de aanwezigheid van diabetes mellitus, verhoogde bloeddruk en roken (naast leeftijd en geslacht), liet zien dat gedurende de periode 1985-2008 de sterfte in dit centrum daalde. Ook tussen 2003-2006 en 2006-2009 daalde de sterfte. Verder bleek de 3-jaarsoverleving onder patiënten die de eerste 30 dagen hadden overleefd, te zijn gedaald in de periode 1985-2008.
Niet alleen in Nederland daalde de ziekenhuissterfte in de periode 2000-2007, ook in andere westerse landen ().
Daling kan door verschillende ontwikkelingen verklaard worden
In de behandeling van AMI hebben veel veranderingen plaatsgevonden in de afgelopen decennia, welke mogelijk hebben bijgedragen aan een daling van de sterfte na opname voor een AMI. In de acute fase tracht men tegenwoordig door of de bloedstroom in de coronairarteriën weer te herstellen. Terwijl rond het jaar 2000 trombolyse en PCI ongeveer even vaak werden toegepast, heeft daarna PCI de voorkeur gekregen boven trombolyse (), met wellicht betere resultaten. Daarnaast is ook de medicamenteuze behandeling veranderd. Veel patiënten krijgen tegenwoordig een cholesterolverlager (statine), aspirine, en één of meer bloeddrukverlagende middelen (beta-blokker, calciumantagonist, diureticum, ‘angiotensin-converting enzyme’ (ACE)-remmer, angiotensine receptorblokker, alfa-blokker) (). Behalve verbeteringen in de zorg in de acute fase na een AMI en beroerte, hebben mogelijk ook primaire en/of secundaire preventie aan de daling van de sterfte na een AMI bijgedragen (via een verminderde ernst van het infarct).
Figuur 1: Percentage patiënten van 45 jaar en ouder dat na opname in het ziekenhuis voor een acuut myocardinfarct binnen 30 dagen overlijdt (inclusief dagopnamen), gestandaardiseerd naar de OECD 2005 populatie van 45 jaar en ouder (Bron: door CBS beschikbaar gestelde bestanden met gegevens uit LMR, gekoppeld met gegevens uit ; databewerking RIVM).