Volgens de Zorgrekeningen werd in 2010 € 87,6 miljard uitgegeven aan zorg en welzijn
Volgens de Zorgrekeningen van het werd in 2010 € 87,6 miljard uitgegeven aan zorg en welzijn (). Figuur 1 toont hoe dit bedrag is verdeeld over verschillende sectoren. In 2010 ging het grootste deel van de uitgaven naar de ziekenhuiszorg (€ 22,4 miljard) en de ouderenzorg (€ 16 miljard). De andere sectoren waren aanzienlijk kleiner: huisartsenpraktijken € 2,5 miljard, € 5,4 miljard, verstrekkers van geneesmiddelen (zoals apotheken en drogisten) € 6,4 miljard en gehandicaptenzorg € 7,9 miljard. De categorie overig omvat onder andere therapeutische middelen, kinderopvang en arbodiensten.
Het aandeel van de verschillende sectoren in de totale uitgaven bleef tussen 2000 en 2010 nagenoeg gelijk. Vier sectoren namen tussen 2000 en 2010 een groter deel van het totale budget in beslag: de ziekenhuiszorg (van 24% naar 25,6%), tandartsen en paramedici (van 4,8% naar 5,6%), de (van 5,5% naar 6,2%) en de gehandicaptenzorg (van 8,5% naar 9,0%). Voor meer informatie over de uitgavengroei per sector klik hier.
Het Budgettair Kader Zorg (BKZ) omvat alleen de zorguitgaven waar de minister van VWS voor verantwoordelijk is en waarvoor premies en belastingen worden afgedragen. In 2009 werd ongeveer € 60 miljard besteed binnen het BKZ (). De BKZ-uitgaven werden voor ruim 80% gefinancierd via de zorgpremies (-premie, nominale -premie, en inkomensafhankelijke bijdrage Zvw). Deze werden aangevuld met eigen betalingen en rijksbijdragen. De rijksbijdragen komen ten laste van de Rijksbegroting en bevatten onder andere de bijdragen aan zorg voor kinderen (zo’n € 2 miljard) en de rijksbijdragen aan de AWBZ (ongeveer € 5 miljard). Een andere omvangrijke gezondheidszorgpost op de Rijksbegroting was de zorgtoeslag (ongeveer € 4 miljard).
Bij bovenstaande getallen en bij figuur 1 moet worden aangetekend dat 2009 en 2010 nog voorlopige cijfers zijn. De bedragen voor deze jaren kunnen dus nog enigszins veranderen.
Figuur 1: Zorguitgaven per sector, € miljard, 2000-2010 (Bron: )a.
a Overig bestaat uit: ’en, arbo- en re-integratiebedrijven, leveranciers van therapeutische middelen, verstrekkers van ondersteunende diensten, verstrekkers van overige gezondheidszorg, verstrekkers van kinderopvang, verstrekkers van jeugdzorg, internaten, sociaal cultureel werk, verstrekkers van overige welzijnszorg en beleid en beheer