De verhouding tussen de uitgaven en de gemiddelde gezondheid verbeterde in Nederland aanzienlijk sinds 2003. Omringende landen vertoonden een vergelijkbaar patroon
Het verbeteren van de gezondheid (langer leven en een betere kwaliteit van leven) is een van de centrale doelen van het zorgstelsel. In de afgelopen twee decennia is de gemiddelde gezondheid in Nederland toegenomen (). De levensverwachting bij geboorte is tussen 1990 en 2009 toegenomen van 77 jaar tot ruim 80 jaar. De levensverwachting bij mannen steeg in deze periode van 73,8 jaar naar 78,5 jaar en de levensverwachting bij vrouwen steeg van 80,1 jaar naar 82,6 jaar. Op ziekteniveau woog vooral de daling in sterfte aan hart- en vaatziekten mee in de stijgende levensverwachting.
Figuur 1 toont de ontwikkeling in levensverwachting op de y-as ten opzichte van de reële zorguitgaven per inwoner op de x-as tussen 1990 en 2009. Tussen 2003 en 2009 (2008 uitgezonderd) was de jaarlijkse stijging in levensverwachting in Nederland bovengemiddeld. Een steilere lijn betekent meer gezondheidswinst en minder uitgavenstijging. Voor Nederland zijn twee lijnen opgenomen die alleen voor 2009 van elkaar verschillen. Dit heeft te maken met de methode- en definitiewijziging voor het vaststellen van de totale zorguitgaven in 2009 (zie Toelichting op indicatoren). 'Nederland (nieuw)' geeft de groei weer volgens de nieuwe definitie waarin onder andere een extra -uitgavenpost (persoonlijke verzorging) is opgenomen wat tot gevolg heeft dat de uitgaven harder lijken te stijgen dan bij gelijkblijvende definitie het geval is (zie 'Nederland oud'). De verhouding tussen de uitgaven en de gemiddelde gezondheid verbeterde aanzienlijk sinds 2003 (de richtingscoëfficiënt van de lijn in figuur 1). Internationaal was deze verbetering niet uitzonderlijk, als we vergelijken met bijvoorbeeld België, Duitsland en Frankrijk.
De levensverwachting is een relatief robuuste indicator, omdat sterfte eenduidig is vast te stellen (in tegenstelling tot zelf-gerapporteerde gezondheid). De vraag is wel in hoeverre de verandering in levensverwachting wordt beïnvloed door de stijging in zorguitgaven. Er is immers ook een relatie met gezondheidsdeterminanten die niet door de zorg te beïnvloeden zijn, zoals leefstijl en omgevingsfactoren (). Ook is niet geheel duidelijk in welke mate investeringen uit het verleden (in gezondheidszorg en leefstijl) van invloed zijn op de huidige gezondheidstoestand.
Figuur 1: Levensverwachting bij geboorte en zorguitgaven per inwoner (in US$ PPP), 1990-2009 (Bron: OECD Health Data 2011, databewerking RIVM).a
a De zorguitgaven zijn gecorrigeerd voor koopkrachtverschillen tussen landen, met behulp van US$ Purchasing Power Parities (PPP), en voor inflatie over de tijd.
De gezondheidszorg richt zich niet alleen op het voorkómen van sterfte, maar ook op het verbeteren van de gezondheid gedurende het leven. In figuur 2 wordt de gezonde levensverwachting weergegeven, of preciezer: het verwachte aantal levensjaren zonder beperkingen in het lichamelijk functioneren (Eurostat, 2009). De figuur toont de gezonde levensverwachting voor vrouwen en de zorguitgaven in 2007. Internationaal gezien zijn er landen die op deze uitkomstmaat beter scoren, ook met lagere of vergelijkbare uitgaven. Het beeld zou hetzelfde zijn wanneer de gezonde levensverwachting voor mannen was genomen, omdat er tussen mannen en vrouwen een beperkt verschil is in gezonde levensverwachting. De indicator gezonde levensverwachting moet met enige voorzichtigheid worden geïnterpreteerd. Het is onduidelijk of Nederlanders een bepaalde gezondheidstoestand eerder of later als lichamelijke beperking aanduiden dan bijvoorbeeld Denen?
Figuur 2: Gezonde levensverwachting voor vrouwen en reële zorguitgaven per inwoner (in US$ PPP), 2007 (Bron: ; Eurostat, 2009; databewerking RIVM).