U bevindt zich op:Zorgbalans›Kosten›Doelmatigheid›
Al vele jaren daalt de ligduur in ziekenhuizen. Dit is een internationaal gegeven (zie figuur 1). In Nederland is sinds 1999 een versnelling in de daling zichtbaar. De daling is in Nederland relatief snel waardoor de gemiddelde ligduur in Nederlandse ziekenhuizen steeds meer in de buurt komt van de landen met de kortste ligduur (Noorwegen en de VS). De verkorting van de ligduur over de jaren heen wordt veroorzaakt door factoren zoals het gebruik van minder-invasieve behandelingen, betere aansluiting met vervolgzorg en andere methoden om ziekenhuizen te bekostigen (waardoor langere verpleegduren financieel gezien ongunstig worden voor ziekenhuizen). Een daling van de ligduur kan de doelmatigheid verbeteren op voorwaarde dat dit niet leidt tot een verschuiving naar duurdere zorg en/of slechtere gezondheidsuitkomsten. Een aantal onderzoeken toonden aan dat een kortere ligduur niet per definitie samengaat met een mindere kwaliteit van zorg (zie bijvoorbeeld Clarke & Rosen, 2001).
Figuur 1: Gemiddelde ligduur van een ziekenhuisopname, 1994-2009 (Bron:OECD, 2011).
In Nederland varieert de gemiddelde ligduur tussen ziekenhuizen en ook binnen specialismen tussen ziekenhuizen (Borghans et al., 2008). Figuur 2 toont de variatie in ligduur tussen ziekenhuizen voor 2010. Op de ij-as van deze figuur wordt de ratio van de werkelijke ligduur en de verwachte ligduur weergegeven. De verwachte ligduur wordt bepaald op basis van de gemiddelde ligduur in Nederlandse ziekenhuizen, waarbij rekening wordt gehouden met verschillen tussen instellingen in de leeftijd en diagnose van de patiënten (case-mix). Een ratio van 1 betekent dat de werkelijke verpleegduur net zo hoog is als kan worden verwacht op basis van de leeftijd en diagnose van de patiënten en het type verrichting. Een ratio van bijvoorbeeld 1,2 betekent dat de ligduur 20% hoger is dan mag worden verwacht op basis van patiëntkenmerken. Na correctie voor deze factoren blijft er dus nog een aanzienlijke variatie tussen instellingen over.
Figuur 2: Ratio van de werkelijke ligduur en de verwachte ligduur in Nederlandse ziekenhuizen naar specialisme, 2010 (Bron:LMR, databewerking Kiwa Prismant).
Figuur 3 toont dat voor 15 van de 20 specialismen de verschillen tussen ziekenhuizen in verpleegduur kleiner waren in 2010 dan in 2008. De figuur geeft voor ieder specialisme de variatiecoëfficient (standaarddeviatie / gemiddelde; een maatstaf voor de relatieve variatie). In beide jaren is eenzelfde set van 62 ziekenhuizen meegenomen en is voor alle ziekenhuizen een case-mix standaardisatie doorgevoerd zoals uitgelegd bij figuur 2. De daling in variatie is het grootst bij de specialismen anesthesiologie en cardio-thoracale chirurgie.
Figuur 3: Variatiecoëfficient van de gestandaardiseerde ligduur in 2010 en 2008 voor 20 specialismen (Bron: LMR, databewerking Kiwa Prismant en RIVM).