Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Zorgbalans

Nieuwe behandelmethoden substitueren niet altijd bestaande middelen, zoals blijkt uit het gebruik van oude en nieuwe antistollingsmedicatie

Om te onderzoeken in welke mate nieuwe medicijnen bestaande middelen vervangen, hebben we gekeken naar het gebruik van antistollingsmedicatie. Dit is een van de weinige gebieden waar de laatste jaren door innovaties nieuwe, betere behandelmogelijkheden beschikbaar zijn gekomen. We analyseren het gebruik van nieuwere laag-gewicht moleculaire heparines (injectie) ten opzichte van gangbare vitamine K antagonisten (orale medicatie). De nieuwere laag-gewicht moleculaire heparines (LMWH) gaan gepaard met minder controles en hebben een beter voorspelbaar effect (zie bijvoorbeeld Henskens et al., 2007). De data betreffen extramuraal gebruikte medicatie.

Vanaf 2009 is ook orale antistollingsmedicatie beschikbaar in Nederland. Omdat het oraal inneembaar is, is het gebruikersvriendelijker terwijl de effecten vergelijkbaar zijn met die van de laag-gewicht moleculaire heparines. Omdat de producten nog maar kort op de markt zijn, is er nog niets bekend over de langetermijneffecten.

Figuur 1 toont het aantal gebruikers van deze groepen medicijnen. Het aantal gebruikers van LMWH medicatie nam vanaf het eind van de jaren negentig sterk toe. Tussen 2000 en 2005 groeide vooral het aantal gebruikers van de LMWH, terwijl in de jaren vanaf 2005 het aantal gebruikers van zowel de nieuwe als de oude behandelingen is gestegen. Dit duidt erop dat, in ieder geval voor deze groep medicijnen, de nieuwe behandeling de oude behandelmethode niet per definitie vervangt. De totale markt is gegroeid van 300.000 gebruikers in 1995 tot ongeveer 550.000 gebruikers in 2010.

Substitutie geneesmiddelen

Figuur 1: Aantal gebruikers van antistollingsmedicatie (laag-gewicht moleculaire heparines (LMWH) en vitamine K antagonisten (Vitamine K) en oraal inneembare synthetische directe trombineremmers), 1994-2010 (Bron: CVZ, GIP databank 2011; databewerking RIVM).

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • Henskens YMC, Stroobants AK, Dool EJ van den, Hamulyak K, Besselaar T van den.Therapiemonitoring van antistollingsbehandeling. Nederlands Tijdschrift voor Klinische Chemie en Labgeneeskunde, 2007; 33: 238-243.
Zorgbalans, versie 3.2, 22 december 2011
© RIVM, Bilthoven.